Zeg maar gewoon echt

Als redacteur ben ik gespitst op alle* dingen die afdoen aan een geschreven tekst. Soms zijn dat dingen die werkelijk incorrect zijn, maar veel vaker gaat het om schoonheidsfoutjes. Zoals stopwoordjes. Iedereen heeft stopwoordjes; ongemerkt gebruik je bepaalde woorden vaker dan andere en dat gebeurt echt net zo goed wanneer je schrijft als in gesprekken. Kom ik stopwoordjes of -zinnen tegen in een manuscript, dan markeer ik ze gewoon zodat de auteur zich ervan bewust wordt en kan zoeken naar synoniemen, of de hele zin kan verbouwen.

Door dat alles maak ik er niet alleen (andere) schrijvers van bewust dat ze stopwoordjes hebben. Mijn aandacht hiervoor leidt er ook toe dat ik mezelf op de vingers tik als ik een woord gewoon te vaak gebruik. Nou kan ik daar in schrijftaal makkelijk iets aan doen, want ik publiceer echt bijna nooit iets zonder het meermalen na te lezen. Helaas ben ik zo iemand die sneller praat dan ze nadenkt, waardoor de dingen die uit mijn mond rollen echt allerbelabberdst zijn geredigeerd.

De laatste tijd merk ik dat ik ben teruggevallen naar twee stopwoordjes die een paar jaar geleden ‘in’ waren en echt te pas en te onpas in mijn zinnen slopen. ‘Gewoon’ en ‘echt’ zijn terug. En hoe. Met iedere tweede zin komt wel weer een van deze woorden er gewoon tussen. Ik hoor ze mezelf zeggen en ze komen zo vaak voor dat ik er gewoon gek van word, maar hoe hard ik ook mijn best doe om ze te weren, ik kan er niet mee ophouden. Het gaat zeg maar vanzelf, dus dat is gewoon echt naadje.

Bewustwording zou de eerste stap moeten zijn op weg naar verbetering. Voor stopwoordjes in geschreven tekst wil ik dat graag geloven, maar ik ben me nu al twee weken bewust van ‘gewoon’ en ‘echt’ en er is echt nog steeds geen verbetering in gekomen. Het enige wat die bewustwording me brengt, is dat ik maar gewoon liever zo min mogelijk mijn mond opentrek. Wat uiteindelijk ook het gewenste resultaat oplevert, dus dan is het toch gewoon echt waar.

*Disclaimer: dat is althans mijn streven.

8 gedachten over “Zeg maar gewoon echt

  1. Anne, bedoel je mij :-)?
    Want ik zeg “echt hè”, als iemand een mening geeft waar ik het mee eens ben.
    “Ik vind pannenkoeken gewoon echt heel lekker”.
    “Ja echt hè”, zeg ik dan.
    Vreselijk.

    Nog erger is de “i knooooooow!!!!!”, de “gewoon” als elk vierde woord, de “echt” (waarvan mijn vader al in 1988 zei dat het er echt niet echter op werd als ik zovaak echt zei) en de “ok”.

    Waarom, waarom nou toch?
    En waarom gaan ze niet gewoon weg? Nou? NOU?!

  2. O, Martine, als we het toch wisten! Ik herinner me nu dat ik er op de basisschool al last van had. Wat ik ook ging zeggen, ik begon met: ‘Kijk…’ Het viel zodanig op dat zodra ik het weer zei, de hele klas zich naar me omdraaide en nadrukkelijk keek. Beschamend, maar alsnog duurde het maanden voor ik ervan af was.

    Was er maar een pilletje voor.

  3. Ik heb ze ook, echt, maar goed, dus, zeg maar, eigenlijk, best wel, een beetje.

    Ik ben me er wel bewust van, iedere keer dat ik er weer een schrijf denk ik ‘hooooooooooo’, hoewel ik ze in blogs meestal laat staan. Daar ‘hoort’ het een soort van (<– dat is er ook een).

    Maar het komt soms zeg maar best wel een beetje stom over als je in gesprek bent eigenlijk dus.

    1. Mee eens, er is een verschil tussen de ene en andere geschreven tekst en blogs zijn informeel genoeg voor een paar stopwoordjes. Op Facebook en Twitter maal ik er ook niet zo om.

  4. 🙂 ja sorry hoor, maar dat was best grappig van je klas :).

    Ah weet je, misschien moesten we ze maar beschouwen als een uniek iets van jezelf op een moment in tijd. Als een soort tijdsdocument. Blijkbaar heeft en had iedereen ze, vroeger, nu en ook later. Beter maar omarmen.

  5. Vier jaar later kom ik hier weer terecht en de column is nog steeds leuk en de commentaren, ook die van jou, Petra zijn ook hilarisch! Die had ik nog niet gelezen ☺

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.Verplichte velden zijn gemarkeerd *